Manege
Wedstrijden
De Hazelhorst organiseert (onderlinge) dressuur- en springwedstrijden en carrouselwedstrijden.
De manege biedt onderdak aan De Hazelhorstruiters, een landelijke rijvereniging, en de Hazelhorstruitertjes, een ponyclub, beide aangesloten bij de KNHS.
FNRS-manegewedstrijden
Geen eigen paard of pony? Maakt niet uit: Bij FNRS-manege de Hazelhorst kunnen ook manegeruiters meedoen aan dressuurwedstrijden en diplomarijden. Hierbij gaat het niet zozeer om de combinatie ‘ruiter-paard’ maar vooral om de rijkunst van de ruiter zelf: de houding, de zit en het gebruik van de hulpen. De FNRS-juryleden houden ook rekening met het karakter en de eigenschappen van het manegepaard/de manegepony waarop je rijdt.
Wie kan er meedoen?
Beginners en gevorderden, kinderen en volwassenen: de manegewedstrijden zijn er voor alle manegeruiters die bij De Hazelhorst lessen en die het leuk vinden om te zien wat ze al kunnen! Van het meedoen aan wedstrijden leer je veel. Je krijgt het protocol met de beoordeling van de jury op alle onderdelen mee. Zo zie je welke rij-opdrachten je al goed genoeg doet (= een 6 of hoger). En kun je steeds zien waaraan je nog moet werken in de lessen!
Ook voor gevorderde ruiters!
Je hoeft niet bij F1 te beginnen als je al langer paardrijdt. Je instructeur bepaalt op welk niveau van de F-proeven je kunt instromen. Na de F12 mag je verder op L1-niveau van de landelijke KNHS-wedstrijden.
Hoe werkt het FNRS-proevensysteem?
Er zijn in totaal 12 F-proeven. Bij 6 van deze proeven kun je een diploma halen. Om in de volgende klasse te komen, moet je promotiepunten halen. Bij sommige proeven doe je ook een theorie-examen. Elke keer wanneer je minimaal 210 punten voor een proef hebt gehaald (d.w.z. gemiddeld een 6 voor alle onderdelen), krijg je een promotiepunt. Die wordt in je ruiterpaspoort afgestempeld.
Wat moet je kunnen voor welke proef?
In de eerste dressuurproeven (F1 en F2) zit nog geen galop en zijn de figuren heel eenvoudig. Er wordt wel op gelet dat je een rechte lijn rijdt en recht op je paard of pony zit. Natuurlijk moet je in de F1 en F2 al wel goed groeten en correct afstijgen: vergeet vooral niet dat je de teugel om de arm houdt als je de beugels opsteekt.
Hoe verder je komt in de proeven, hoe meer je naar teugelcontact (aanleuning) gaat rijden. De proeven worden moeilijker en er wordt steeds meer gelet op dingen als goed de hoeken inrijden, op het goede been lichtrijden, wendingen preciezer rijden, goede overgangen rijden en verfijning van de hulpen. Als je heel precies wilt weten wat je moet kunnen voor welke proef, kun je het best het boek ‘FNRS verantwoord paardrijden’ kopen. Daarin staan alle proeven én veel informatie over paardrijden, theorie en veiligheid. dit kun je bestellen bij de FNRS.
